Jacob Boehme

"Aurora of morgenrood in opgang"

[enkele citaten]

 

De derde eigenschap of de derde uiting van de Goddelike Geest die in den Vader is, noemt men de bittere eigenschap. Deze dringt door in de beide andere eigenschappen; ze werkt er in door; zij is een sidderende, en omhoog strevende eigenschap. Ze triomfeert over de beide anderen. Ze is de oorzaak en vreugdebron der dingen; de oorzaak der lachende, verheffende vreugde, door haar beeft en jubelt alles; de hemelse vreugde vindt hierin haar oorsprong. Door haar ontstaan veelsoortige rode kleuren; zij geeft daar als 't ware vorm aan; door de zoete eigenschap worden witte en blauwe kleuren en door wrange, zure of scherpe worden allerlei groene en donkere en gemengde kleuren in verschillende verschijningsvormen en geuren gevormd.

Jacob Boehme, Aurora of morgenrood in opgang: (dat is: De wortel of moeder der filosofie, astrologie en theologie naar de beschrijving der natuur.)
Amsterdam [1612] 1979, blz.: 77/78.