Solomon Trismosin

Over de kleuren die verschijnen bij de bereiding van de steen

[uit: "Splendor Solis"]

 
 
 

Miraldus, de filosoof zegt in de Turba: "Het wordt twee maal zwart, twee maal geel, twee maal rood, en krijgt velerlei kleuren. De kleuren geven aan hoeveel warmte er moet worden toegevoerd. En hoewel alle kleuren verschijnen, zijn er slechts drie die het voornaamste zijn. Dit zijn alle drie hoofdkleuren, namelijk zwart, wit en rood". Tussen het wit en het eerste rood verschijnen nog vele andere kleuren, maar deze bestaan slechts zo kort in de materie, dat ze nauwelijks te zien zijn, en dus niet als volmaakte kleuren kunnen worden beschouwd, zoals Ciliator beweert. Maar de gelige kleur die na het volmaakte wit en voor het laatste rood ontstaat, blijft lange tijd in de materie aanwezig. Daarom hebben sommige filosofen deze kleur ook als hoofdkleur aangemerkt. Toch houdt ze niet zo lang stand als zwart, wit en rood, die zich meer dan vier dagen in de materie handhaven. Zwart en rood verschijnen twee maal. In ieder geval is zwart de volmaakte kleur. Deze verschijnt wanneer er een matige warmte wordt toegevoerd. Hierover zeggen Senior en Ciliator het volgende: "De afkoking vindt plaats bij geringe warmte, tot het zwart verdwijnt." Daarom zegt de filosoof Lucas in de Turba: "Pas op voor een te heet vuur, want als ge in het begin een te heet vuur maakt, dan wordt het rood voor zijn tijd, en zal het proces mislukken. Eerst moet de kleur zwart verschijnen, dan wit, en tenslotte rood".
De filosoof Baldus zegt in de Turba: "Kook de samenstelling tot het wit begint te worden, en koel het af met azijn; scheid het wit van het zwart, want de witte kleur is een teken van de naderende fixatie; het moet door middel van het vuur van de calcinatie aan het zwart worden onttrokken, want door de verhoogde warmte scheidt het de overtollige delen af, en blijft er slechts wat ruwe aarde over als een grove zwarte bal onder de materie. Deze wordt de 'Vader der Materie' genoemd, en vermengt zich niet meer met de zuivere en subtiele materie van de steen["]. En dat is wat de filosofen zeggen: "Het rood moet aan het wit worden onttrokken, want dan zit er niets overtolligs in." Evenmin wordt er iets afgescheiden, maar alles wordt volledig rood. Daarom zorgen ze er door middel van een heet vuur voor, dat dit teken verschijnt. Hierover zegt Pythagoras : "Hoe meer de kleuren veranderen, hoe heter het vuur gemaakt moet worden, want men behoeft niet langer beducht te zijn voor het vuur. Want de materie is gefixeerd in het wit, en de geesten vluchten niet uit haar weg". Dit wordt bevestigd door een opmerking van de filosoof Lucas: "Wanneer ons magnesium wit is gemaakt, dan worden de geesten niet uitgewasemd". Hiermee hebben we genoeg gezegd over de kleuren van de hemelse filosofie, en volgt nu wat de filosoof er over zegt.
Hermes, de vader der filosofie, zegt dat het witte magnesium niet van het vuur mag worden genomen tot alle kleuren zich hebben vertoond en het een water wordt dat zich in vier andere wateren verdeelt, namelijk een op twee, en drie op een. Hiervan behoort &eacut;énderde deel tot de warmte, en tweederde deel tot het vocht. Deze wateren vormen de verhoudingen van de wijzen.
Ook moet men weten dat uit de wijnstok, een sap van de wijzen, de quintessens zal worden geperst, maar de wijn is pas klaar na drie bewerkingen, volgens de juiste verhouding. Want bij het koken vermeerdert hij zich, en bij het fijnmalen vormt hij zich. Hier is zowel het begin als het einde bij inbegrepen. Daarom zeggen sommige filosofen dat hij in zeven dagen, anderen dat hij in vier dagen, anderen dat hij in drie keer, en weer anderen dat hij in een jaar klaar is. Volgens de Turba en Alphidius: in vier seizoenen - lente, zomer, herfst en winter. Evenzo in een dag, in een week of in een maand.
De filosofen Geber en Hortulanus zeggen: "In drie jaar tijd". Alles bij elkaar genomen is dit slechts één ding in een ander ding, met een veelvoudige aard en gesteldheid, die afhangt van de opeenvolgende tijden, gewichten en namen. Hier moet een verstandig kunstenaar van op de hoogte zijn, anders kan hij niets voortbrengen.

Solomon Trismosin, Splendor Solis [1582], Amsterdam 1980, blz.: 73/75.