De Stijl


briefkaart

 

Korte samenvatting van de beginselen

1. De vorm. De basis van een gezonde ontwikkeling van de kunsten ligt in de volledige uitschakeling van het begrip vorm.
Toelichtingen: Onder vorm wordt hier verstaan: iedere individueel begrensde, afgesloten vorm, die geen relatie heeft tot iets buiten zichzelf.

De primaire uitdrukkingsmiddelen zijn bijvoorbeeld in de schilderkunst: kleur in uiterste tegenstelling, in strengste begrenzing, in zuiverste (d.w.z. ongemengde) toestand. Uiterste tegenstelling van kleuren:

                              rood.......grijs
Positieve kleuren blauw......zwart negatieve kleuren
                              geel.......wit

Tegenover dit contrast van kleurgroepen staat een contrast van enkele kleuren en wel op de volgende wijze: Rood-blauw; blauw-geel; geel-rood.
Toelichtingen: deze strengste begrenzing heeft in de schilderkunst de rechte lijn voortgebracht. Het contrast van mengkleuren (oranje-paars enz.) vertroebelt de voor iedere kleur kenmerkende energie (de elementaire kracht van de kleur) en verzwakt daarmee de spanning-in-verhouding.

Theo van Doesburg: "Der Kampf um den Neuen Stil", verscheen oorspronkelijk in Neue Schweizer Rundschau, 1929<

 


Abb. 1: "das elementare Ausdrucksmittel der Malerei"
Theo van Doesburg, Grundbegriffe der neuen gestaltenden Kunst [1925], Mainz / Berlin 1966.

 

Theo van Doesburg

 
 


Theo van Doesburg, Kleurkwadraat, 1926, 14x13,5 cm, Rijksdienst Beeldende Kunst, Den Haag

 

"Tot nog toe bleef de kleur bijzaak. Dit kon ook niet anders, daar de prullig aaneengetimmerde woninghokken geen zichtbaarmaking der ruimte noodzakelijk maakten. Slechts dan, wanneer bouwkunst weer architectuur wordt, dat wil zeggen monumentale samenvatting van ruimte, vorm en kleur, krijgt deze laatste weer de betekenis die haar toekomt."

Theo van Doesburg: "De betekenis van de kleur in binnen- en buitenarchitectuur" Bouwkundig Weekblad, nr 21, 17 mei 1923, pp. 232-234, in Theo van Doesburg, "Naar een beeldende architectuur", blz. 81.

 

Theo van Doesburg: "Nieuwe Beeldingsleer"

"Ik ben nl. begonnen aan een "Nieuwe Beeldingsleer" te schrijven en wel in het Duitsch, daar het Hollandsch te weinig lezers heeft. Deze Nieuwe Beeldingsleer zal een volledige formulering van het gebruik en de eigenschappen der middelen bevatten. [...] Het eerste deeltje zal handelen over de "kleur". De kleur niet als lichtervaring of als optisch medium, maar als beeldingsmaterie. Hiervan heb ik een belangrijk deel reeds klaar liggen. Ik hield een lezing over mijn nieuwe kleurtheorie, waar zeer veel belangstelling voor was. [...]
Op grauw papier had ik de kleuren volgens mijn indeeling naar de "Chromatische reeksen" opgeplakt en volgens deze reeksen kon ik aantonen wat kleurcontrasten, dissonanten enz zijn. Ik ga hierbij uit van twee gelijke kleuren (egalen) bv. geel en ontwikkel mijn reeks dan naar het kontrast bv. rood of blauw. [...] Zooals ik zei behandel ik de kleur als materie. Deze materie onderscheidt zich door verschillende energietoestanden. Zoo getuigt geel van een andere energie als blauw enz. In elke chromatische reeks ontwikkelt zich de eene energie-toestand naar de andere. Ik denk dat deze kleurenleer je wel zal interesseren, daarom schrijf ik er nogal uitvoerig over. [...]
De uitdrukking dissonant is aan de muziek ontleend. Ik heb geen betere uitdrukking kunnen vinden, tot heden toe. Toch heeft mijn "beeldende" kleurenleer niets met muziek of met andere vakken te maken. ook niet met de symbolische, literaire en physische kleurenleeren. Ze is geheel nieuw en uit mijn eigen schilderervaring opgebouwd.
Ik beschouw de kleur niet slechts als uitdrukkingsmaterie, maar in verband met de andere deelen van mijn beeldingsleer, als de grondmaterie voor alle andere uitdrukkingswijzen: nl.: architectuur, Plastiek enz. Het tweede gedeelte handelt over den Vorm of juister over het Volume. (Plastiek) Hier ga ik uit van de lijn, [...].
In het 3e deel de "Ruimte" kom ik tot de architectuur, terwijl ik in het vierde deel de 3 elementen der beelding te zamen trek als kleur-vorm-ruimte tot Beelding. Dit 4e deel zal ook de verhouding der verschillende materialen, tot eenheid georganiseerd, behandelen."

brief van Van Doesburg aan Evert Rinsema gedateerd 20 augustus 1922, in Evert van Straaten, "Theo van Doesburg: constructeur van het nieuwe leven", Otterlo 1994, pp. 71-72

 

Literatuur

  • Theo van Doesburg, Grundbegriffe der neuen gestaltenden Kunst [1925], Mainz / Berlin 1966.
  • Evert van Straaten, Theo van Doesburg: constructeur van het nieuwe leven, Otterlo 1994.
  • Carel Blotkamp (red.), De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932, Amsterdam/Antwerpen 1996.

 

Vilmos Huszár

 
 

"00 is het zuivere geel, n.l. dat geel dat noch blauw, noch rood in zich heeft. Men kan willekeurig van iedere kleur uitgaan om een 3, 4 of 6 klank te vormen, mits men geometrisch de andere kleur vaststelt, d.w.z. telkens op gelijke afstanden van elkaar in den vorm van drie vierhoek enz. Zoo kan men ook dissonanten vormen door van de samenklanken een of of twee of meer weg te laten."

Vilmos Huszár, "Iets over die Farbenfibel van W. Ostwald", De Stijl, 1, 10, 1918


De kleurencirkel van W. Ostwald, Die Farbenfibel, Liepzig, 1917; de aantekeningen zijn van Vilmos Huszár

"Tenslotte moet het individu het vermogen bezitten de juiste kleurverhouding te gebruiken, wat door het vermogen tot ombeelden van aesthetische waarden komt. Zooals op de notenbalken door de noten toonwaarden vastgesteld zijn en ieder daar iets anders met die tonen produceert, zoo kunnen de objectief bepaalde kleuren de leidraad voor de moderne schilders zijn, die ieder op zijn wijze gebruikt (...) Wij schilders moeten de kleuren gebruiken die ons door onze intuïtie worden aangegeven, maar deze intuïtie (subjectief) is (objectief) controleerbaar."

Vilmos Huszár, "Iets over die Farbenfibel van W. Ostwald", De Stijl, 1, 10, 1918


Vilmos Huszár, Studie, 1921, olieverf op hout, 42x53 cm

 

Georges Vantongerloo

 
 


Georges Vantongerloo, Harmonische compositie op een bepaald oppervlak volgens de tonale wet van de 7de van elk der basiskleuren van het spectrum, 1920, caseïne en olieverf op doek, 75x100 cm

 

Literatuur

  • Jan Ceuleres, Georges Vantongerloo: 1886-1965, Antwerpen 1996.
  • Carel Blotkamp (red.), De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932, Amsterdam/Antwerpen