Dr. F.W. Zeylmans van Emmichoven

over "schilderij 23" van Jacoba van Heemskerck

[manuscript, januari 1917]

 
 


Jacoba van Heemskerck, schilderij 23, 1915, olieverf op doek, 110x131 cm.

 

"Dit is niet eenvoudiger te typeren dan met de gedachten: Een openbaring, van de eeuwige waarheid, aan de mensheid. In het midden het motief van het voortglijdende schip, met het stralende witte zeil, als een heilige die beide armen uitspreidt naar de hemel om al de wijsheid van het goddelijke in zich op te nemen. Daarnaast, en volgend het eerste, de beide anderen, ook met smetteloos-blanke zeilen, maar het innerlijk bij hen nog niet zó ontplooid. Zo gaan ze voort, stil en zeker, over het rimpelende watervlak, de lijdende mensheid tegemoet. Want op de achtergrond staan de hoge, krachtige, paarse bergen, waarboven een fel oranje gloeit. De diepe weemoed, de smart van de mens die hoopte te vinden, maar die ziin krachten te gering moest zien. Maar daarover heen, levend en fonkelend, het verlangen om toch voort te gaan, verder te zoeken en te strijden. Geheel het zinnebeeld van de mensheid, die zich rusteloos pijnigt en foltert in zijn machtigen drang alles te weten wat de eeuwigheid hem verborgen houdt. Op de voorgrond, aan beide zijden, twee zware, krachtige zwarte boomfiguren, de takken kronkelend en wringend naar elkander toegebogen en zo de poort vormend van de ellende en het leed, waardoor ieder gaan moet, die de mensheid iets wil brengen, wat haar helpen kan. In forse hoekige blokken is daaronder de aarde weergegeven, waaruit de bomen opgroeien, de aarde en haar vruchtbaarheid."

F.W. Zeylmans van Emmichoven: "De geestelijke richting in de nieuwe schilderkunst", manuscript, januari 1917.

Uit: Jacoba van Heemskerck: kunstenares van het expressionisme, Den Haag 1982, blz. 34.